Onmiddellijke aanhouding

In België is de onmiddellijke aanhouding een maatregel waarbij een veroordeelde na een strafzitting meteen in de boeien wordt geslagen en rechtstreeks naar de gevangenis wordt overgebracht, zoals geregeld in artikel 33, §2 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis. Deze maatregel is bedoeld om te voorkomen dat iemand die is veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van drie jaar (of in sommige gevallen één jaar) of zwaarder, zich aan zijn straf onttrekt, bijvoorbeeld door te vluchten. Oorspronkelijk kon dit alleen bij gevaar voor vlucht, maar op 21 november 2019 keurde de Kamer een wetsvoorstel van Sophie De Wit (N-VA) goed – in werking getreden op 21 december 2019 – waardoor dit nu ook kan wanneer er een recidivegevaar (kans op nieuwe misdrijven) bestaat. De aanleiding voor deze wetswijziging was de moord op Julie Van Espen op 4 mei 2019 door Steve Bakelmans, die eerder was veroordeeld voor verkrachting maar vrij rondliep omdat zijn straf niet onmiddellijk was uitgevoerd wegens gebrek aan vluchtgevaar. Wanneer de veroordeelde verstek laat gaan en niet ter zitting is, wordt hij opgespoord en geseind, waarna hij bij aanhouding onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde strafinrichting wordt overgebracht.