Oostenrijk-Hongarije

Oostenrijk-Hongarije, ook wel de Donaumonarchie genoemd, was een constitutionele dubbelmonarchie die in 1867 ontstond na de Ausgleich: een compromis waarbij het huis Habsburg de macht deelde met een aparte Hongaarse regering. Het rijk bestond uit een lappendeken van landen in Centraal-Europa, waaronder het huidige Oostenrijk, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, en delen van Italië, Polen en Roemenië, en gold als een van de grootmachten van die tijd. Deze multinationale staat bleef 51 jaar bestaan, maar werd op 31 oktober 1918 ontbonden na een militaire nederlaag aan het Italiaans front van de Eerste Wereldoorlog. Voordien hadden de Habsburgers het gebied bijeengehouden via strategische huwelijken en erfenissen, zoals de verbintenis van Anna van Bohemen met Ferdinand I in 1521. In 1848 kwamen Hongaren en Slavische volkeren in opstand tegen de Oostenrijkse centralisatie, wat uiteindelijk leidde tot de hervormingen van 1867. De dubbele monarchie worstelde echter voortdurend met interne spanningen tussen de vele nationaliteiten, wat uiteindelijk bijdroeg aan haar ondergang.