Hoedjesparade

De hoedjesparade is een Nederlandse traditie op Prinsjesdag, waarbij vrouwelijke leden van de Staten-Generaal, het kabinet en het Koninklijk Huis opvallende hoeden dragen tijdens de troonrede. Vroeger was een ambtskostuum met steek verplicht voor mannen, maar na de Tweede Wereldoorlog raakte dit in onbruik en droegen ook steeds meer vrouwen geen hoed meer. In 1977 zorgde het Tweede Kamerlid Erica Terpstra voor een doorbraak: zij droeg als eerste genodigde politicus weer een hoed, uit eerbetoon aan koningin Juliana en tegen de "grijze massa", waarna het gebruik navolging kreeg. Soms hebben de hoeden een politieke boodschap, zoals de hoed van autobanden van Krista van Velzen (SP, anti-asfaltbeleid) of de statements van Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) voor genderrechten en het vrouwenkiesrecht. Ook duurzaamheid komt terug, bijvoorbeeld bij Carla Dik-Faber (ChristenUnie), die jurken en hoeden maakte van gerecycled plastic en vissenhuiden. De traditie is inmiddels ook buiten de politiek bekend; zo wijdden het Gemeentemuseum Den Haag en Paleis het Loo er speciale tentoonstellingen aan.