Sint-Petersburg

Sint-Petersburg is na Moskou de grootste stad van Rusland en ligt in een deltagebied aan de monding van de Neva, met ruim 5,3 miljoen inwoners in 2018; het is de meest noordelijke stad ter wereld met meer dan een miljoen inwoners. De stad werd op 27 mei 1703 gesticht door Peter de Grote als 'venster op het Westen' en was van 1713 tot 1918 de hoofdstad van het Russische Rijk; haar naam is afgeleid van de apostel Petrus, met een oorspronkelijk Nederlandse naam 'Sint-Pietersburg', later veranderd in Petrograd (1914-1924) en Leningrad (1924-1991). Tegenwoordig is het een belangrijk cultureel en wetenschappelijk centrum met zo'n 120 musea waaronder de Hermitage, het Russisch Museum, de Russische Academie van Wetenschappen en het beroemde Mariinskitheater. De stad is tevens een essentieel verkeersknooppunt met een zeehaven, internationale luchthaven, metrolijn (sinds 1955) en een grote industriële sector in staal, chemie en machinebouw. Met haar 18e- en 19e-eeuwse architectuur, grachten, paleizen en parken is het een topattractie voor toeristen; sinds 2017 staat hier zelfs het hoogste gebouw van Europa, de Lakhta Center van 462 meter. Historisch gezien was Sint-Petersburg ook een smeltkroes van immigranten, waaronder Nederlandse handelaren uit Vriezenveen die in de 18e en 19e eeuw een eigen wijk en kerk aan de Nevski Prospekt hadden.