Zeven wereldwonderen van de antieke wereld

De zeven wereldwonderen van de antieke wereld zijn een erelijst van opmerkelijke bouw- en kunstwerken, samengesteld door schrijvers zoals Antipater van Sidon (rond 140 v.Chr.) en Philon van Byzantium, die zich allemaal binnen het rijk van Alexander de Grote bevonden. Van dit oorspronkelijke zevental staat er vandaag de dag nog slechts één overeind: de Piramide van Cheops, tevens het oudste bouwwerk op de lijst. Het idee ontstond doordat Griekse reizigers na de veroveringen van Alexander onder de indruk raakten van de beschavingen van Egyptenaren, Perzen en Babyloniërs, en het getal zeven had voor de Grieken een bijzondere, magische betekenis (denk aan de zeven planeten en weekdagen). Antipater was in zijn lofdicht vooral onder de indruk van de tempel van Artemis in Efeze, maar er was geen volledige overeenstemming tussen schrijvers; uiteindelijk werd de vuurtoren van Alexandrië toegevoegd aan de canonieke versie, terwijl de muren van Babylon verdwenen. De lijst beperkte zich geografisch tot het Middellandse Zeegebied en het Nabije Oosten, en deze wonderen hadden een enorme invloed op de kunst en architectuur, van de Hellenistische wereld tot aan de renaissance.