Vluchtstrook

Een vluchtstrook (of pechstrook in België) is een ongeveer drie meter brede strook asfalt langs autosnelwegen, bedoeld voor noodgevallen zoals pech, een aanrijding of plotselinge onwelheid. Het is streng verboden om er zonder noodzaak te stoppen; misbruik zoals fileparkeren, brandstofgebrek of een sanitaire stop wordt dan ook beboet. Het vrijhouden van de vluchtstrook is cruciaal, zodat hulpdiensten er tijdens files langs kunnen, en omdat het geen veilige plek is om stil te staan vanwege het razendsnel passerende verkeer. Bij gebruik is het advies om de auto zo ver mogelijk rechts te zetten, een hesje te dragen, de gevarendriehoek te plaatsen en achter de vangrail te wachten. Nederland was in 1931 het eerste land ter wereld dat integraal vluchtstroken aanlegde, en in 1934 werd de A12 de eerste snelweg ter wereld met een vluchtstrook; pas op 3 juni 1965 werden liften en stoppen daarop verboden. Tegenwoordig mogen lijnbussen op sommige trajecten (zoals bij Utrecht) bij file over de vluchtstrook rijden, en waar geen vluchtstrook is, zijn er regelmatig vluchthavens aangelegd.