Stagflatie

Stagflatie is een lastige economische situatie waarin hoge inflatie, economische groeivertraging en hoge werkloosheid tegelijkertijd optreden. De term werd in 1965 geïntroduceerd door de Britse politicus Iain Macleod en vormde een groot dilemma voor beleidsmakers, omdat de toen dominante Keynesiaanse theorie via de Phillipscurve ervan uitging dat inflatie en recessie elkaar uitsluiten. Dit werd echter weerlegd tijdens de wereldwijde stagflatie in de jaren 1970, toen in West-Europa de werkloosheid steeg van 2% (1966) naar 10% (1983), terwijl de inflatie in 1975 piekte op bijna 13% - waarmee econoom Milton Friedman zijn reputatie vestigde door dit scenario juist te voorspellen. Het fenomeen is buitengewoon moeilijk te bestrijden, omdat inflatoire maatregelen de prijzen verder laten stijgen en deflatoire maatregelen de werkloosheid verergeren, met nadelige gevolgen voor spaarders, werknemers en de overheid. In de jaren 1970 zochten Amerikaanse beleggers veiligheid in goud als reactie op het einde van het Bretton-Woods-systeem en de oliecrisis, terwijl ook Nederland in de jaren 1980 en Brazilië rond de millenniumwisseling met stagflatie te kampen kregen.