Noodweer (Nederlands strafrecht)

Noodweer is een wettelijke strafuitsluitingsgrond in het Nederlandse strafrecht, vastgelegd in artikel 41 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, dat sinds 1886 ongewijzigd is. Het rechtvaardigt het plegen van een strafbaar feit ter verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Volgens de Hoge Raad is enkele vrees niet genoeg; er moet sprake zijn van een onmiddellijk dreigend gevaar, en zodra de aanranding voorbij is, is noodweer niet meer toegestaan. De verdediging moet voldoen aan de eisen van subsidiariteit (laatste redmiddel, zoals proberen te vluchten) en proportionaliteit, waar veel beroepen op stranden. Bij langdurig huiselijk geweld wordt de 'vluchtplicht' echter minder streng toegepast, omdat het verlaten van de woning vaak moeilijk is. Voor de emotionele nasleep bestaat de aparte regeling van noodweerexces, die handelingen na de aanranding kan verontschuldigen.