Neerslag (atmosfeer)

Neerslag is het geheel van waterdeeltjes (vast of vloeibaar) die uit wolken vallen, zoals regen, sneeuw en hagel, en vormt een essentiële schakel in de waterkringloop. Wereldwijd valt er gemiddeld zo'n 1130 mm per jaar, maar dit varieert sterk: van minder dan 200 mm in woestijnen tot meer dan 10.000 mm in tropische gebieden, goed voor een jaarlijks volume van 577.000 km³. Het water in de atmosfeer is slechts 12.900 km³ groot en ververst zich daardoor elke acht dagen, terwijl het zich vrijwel geheel in de troposfeer bevindt en cruciaal is voor het weer, de energiebalans en het verwijderen van 80-90% van de luchtverontreiniging via natte depositie. Neerslag ontstaat wanneer vochtige lucht afkoelt tot onder het dauwpunt en condenseert rond hygroscopische condensatiekernen (zoals zeezout of stof); de druppelvorming verloopt via coalescentie of het Wegener-Bergeron-Findeisen-proces, vaak met ijs als tussenstadium. Daarnaast speelt neerslag een rol in het globale elektrische circuit, met een ladingstransport van ongeveer +90 coulomb per km² per jaar richting de aarde, naast bliksem en puntontladingen. Wolkenvorming zelf wordt veroorzaakt door adiabatische afkoeling van stijgende lucht, bijvoorbeeld bij convergentie in lagedrukgebieden, wat uiteindelijk leidt tot de neerslag die wereldwijd landschap en klimaat vormgeeft.