Kremlin van Moskou

Het Kremlin van Moskou is het historische en geografische centrum van de Russische hoofdstad, gelegen aan het Rode Plein en de rivier de Moskva; de naam betekent letterlijk 'versterkte stadskern'. Het is al eeuwenlang de zetel van de Russische regering en was tijdens de Koude Oorlog synoniem voor de communistische machthebbers, terwijl 'Kremlinwatchers' probeerden informatie te vergaren uit de gesloten cultuur. De oorsprong gaat terug tot 1156, toen vorst Joeri Dolgoroeki er een houten fort liet bouwen, dat in 1367 werd vervangen door witte natuurstenen muren. Onder grootvorst Ivan III (1462-1505) werd het complex herbouwd door Italiaanse architecten zoals Aristotiles Fioravanti, die de Oespenski-kathedraal ontwierp, en Pietro Antonio Sollari en Marco Ruffo, die verantwoordelijk waren voor de vestingwerken en het Facettenpaleis. Naast de regeringsgebouwen herbergt het Kremlin beroemde bezienswaardigheden zoals de Tsarenklok, het Tsarenkanon en het Mausoleum van Lenin, waarin het gebalsemde lichaam van de in 1924 gestorven leider ligt. In 1812 bezette Napoleon Bonaparte het Kremlin ruim een maand en gaf hij opdracht het op te blazen, maar tegenwoordig is het nog steeds het onmiskenbare symbool van de Russische macht.