Geschiedenis van Israël

De staat Israël werd in 1948 opgericht, na de Tweede Wereldoorlog, en moet niet worden verward met het historische Koninkrijk Israël. De oprichting was het resultaat van het zionisme, dat in de 19e eeuw ontstond als antwoord op antisemitische vervolgingen, en de grootste immigratiegolf vond plaats in 1949. In april 2020 woonde 47% van alle Joden wereldwijd in Israël, waarvan 43% zichzelf seculier noemt, terwijl zo'n 21% van de bevolking Arabisch is (moslims, christenen, druzen en bedoeïenen). Na de Balfour-verklaring van 1917 en het VN-verdelingsplan van 1947 riep het Jewish Agency op 14 mei 1948 eenzijdig de onafhankelijkheid uit, die vrijwel direct werd erkend door de Amerikaanse president Truman. Direct daarna, op 15 mei 1948, vielen 23.500 soldaten uit vijf Arabische landen (waaronder Egypte en Jordanië) het nieuwe land aan, wat leidde tot de Arabisch-Israëlische Oorlog. Israël beschikte toen nog niet over een officieel leger, maar gebruikte milities zoals de Hagana en kreeg cruciale wapenleveranties uit Tsjecho-Slowakije om de strijd te kunnen voeren.