Atletiek

Atletiek wordt terecht de 'moeder der sporten' genoemd, omdat het de menselijke basisbewegingen – lopen, springen en werpen – omvat en wordt beoefend op een 400 meter lange ovaalvormige baan, in het veld of op de weg. De sport heeft diepe wortels in de klassieke Olympische Spelen (vanaf 776 v.Chr.), waar een vijfkamp werd gehouden, maar de moderne atletiek ontstond in de 17e en 19e eeuw in Engeland en staat sinds de eerste moderne Spelen van 1896 op het olympisch programma; sinds 1983 zijn er ook eigen Wereldkampioenschappen. Naast de wedstrijdsport is er veel recreatieve atletiek, zoals trimlopen en Nordic walking, maar de sport kent ook een strikte leeftijdsindeling: internationaal is men junior tot en met het jaar van de 19e verjaardag, waarna men op 1 januari van het twintigste jaar senior wordt. Om talentvolle jongeren niet te laten verdrinken tussen de senioren, bestaat er een internationale categorie voor neo-senioren (of 'beloften' in België) voor atleten van 20 tot en met 22 jaar. In Nederland en Vlaanderen verschuift de leeftijdsgrens voor trainingen en lokale wedstrijden vaak al op 1 november, maar Nederland verlegt deze grens per 2026 definitief naar 1 januari, gelijk aan de internationale standaard.