Regen (neerslag)

Regen ontstaat wanneer waterdamp in de atmosfeer condenseert tot zware waterdruppels die naar beneden vallen, en speelt een cruciale rol in de waterkringloop en de voorziening van zoetwater voor rivieren, landbouw en ecosystemen. De vorming gebeurt hoofdzakelijk langs weerfronten of via opstijgende lucht, en wordt fysisch aangestuurd door het coalescentie-proces (waarbij druppels botsen en samenvloeien) en het Wegener-Bergeron-Findeisen-proces (waarbij ijskristallen aangroeien). Wereldwijd varieert de neerslag sterk; zo is Antarctica het droogste continent en bedraagt de mondiale jaarlijkse neerslag op land gemiddeld 715 millimeter (wereldwijd zo'n 990 mm). Deze neerslag wordt exact gemeten met regenmeters en geschat met weerradar, en dient als basis voor klimaatclassificaties zoals het Köppensysteem. Door de opwarming van de aarde veranderen deze patronen echter; zo wordt Noordwest-Europa natter, terwijl de tropen juist met drogere omstandigheden te maken krijgen.