Oekraïners

De Oekraïners zijn een Oost-Slavisch volk dat voornamelijk in Oekraïne woont, waar ze met ruim 37 miljoen mensen de overgrote meerderheid van de bevolking vormen, maar ze hebben ook grote gemeenschappen in Rusland (circa 1,9 miljoen zelfidentificerende), de VS (1,5 miljoen) en Canada (1 miljoen). Binnen dit volk bestaan bijzondere subgroepen zoals de Roethenen, Bojken, Hoetsoelen, Lemken en Haholen, die zich door hun eigen cultuur, geografie en soms ook een aparte identiteit (vooral buiten Oekraïne) onderscheiden. Opvallend is de ontwikkeling van de Joodse gemeenschap in Oekraïne, die zich aanvankelijk vanuit het Jiddisch aanpaste aan het Russisch, maar sinds de onafhankelijkheid steeds meer het Oekraïens omarmde – met als spraakmakend voorbeeld president Volodymyr Zelensky, die na de Russische invasie van 2022 besloot vrijwel alleen nog Oekraïens te spreken. Verspreid over de voormalige Sovjet-Unie wonen Oekraïners onder andere in Wit-Rusland, de Baltische staten, Transnistrië (waar ze 28,8% van de bevolking uitmaken), en in Centraal-Azië zoals Kazachstan, waar tienduizenden boeren eind 19e eeuw vrijwillig gingen en later in de jaren 30 van de 20e eeuw door de collectivisatie werden gedeporteerd. In de Europese Unie is de migratie toegenomen: Polen kende in 2016 circa 1,2 miljoen Oekraïense werknemers, Tsjechië telt ruim 130.000 Oekraïners, en ook in Roemenië wonen nog zo'n 51.000. Hun spreiding over het hele continent is het resultaat van eeuwinge migratie, gedwongen deportaties en economische diaspora, waardoor ze een veelslag en veerkrachtig volk zijn geworden.