Chinese school

Chinese scholen in Nederland zijn particuliere instellingen die meestal op zaterdag lesgeven in de Chinese taal en cultuur, en vaak ruimte huren in reguliere Nederlandse scholen. Omdat de oorspronkelijke lesboeken uit Hongkong te moeilijk waren voor de leerlingen, werd in oktober 1992 het project Chinees Onderwijs in Eigen Taal (COET) opgezet, geleid door het Advies- en Begeleiding Centrum (ABC) en geïnitieerd door de Stichting Landelijke Federatie van Chinese Organisaties in Nederland (SLFCON). COET ontwikkelde een complete lesmethode voor acht leerjaren, bestaande uit tekstboeken, werkboeken en lerarenhandleidingen, geschreven in traditioneel Chinees, met aan het einde Nederlandse vertalingen en pinyin-transcripties; de eerste boeken verschenen in 1993. Er zijn verschillende schooltypen: Kantonees-Chinese scholen (alleen Standaardkantonees, traditioneel schrift, met minstens één uur Mandarijn), Mandarijns-Chinese scholen (alleen Putonghua, vereenvoudigd schrift en veel pinyin) en Kantonees-Mandarijns-Chinese scholen die twee aparte groepen per klas hebben. In het voortgezet onderwijs krijgen leerlingen meer gedetailleerd onderwijs in Chinese geschiedenis en soms aardrijkskunde. Het uiteindelijke doel van deze scholen is om de basisvaardigheden in het Chinees te ontwikkelen, het zelfbewustzijn via de eigen cultuur te versterken en de kansen in het Nederlandse basisonderwijs te vergroten.