Geschiedenis van Oekraïne

De geschiedenis van Oekraïne wordt sterk bepaald door de Euraziatische steppe, die het land eeuwenlang tot een doelwit maakte voor nomadische veroveraars zoals Scythen, Hunnen en Mongolen, totdat vuurwapens in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd een einde aan deze dreiging maakten. De naam 'Oekraïne' betekent 'grensland' en duikt voor het eerst op in de Kievse Kroniek van 1187 (overgeleverd via de Hypatiuscodex uit ca. 1425), en verwijst na de Unie van Lublin (1569) specifiek naar het Pools-Tataarse grensgebied, terwijl in 1991 het lidwoord 'de' definitief werd geschrapt in het Nederlands. De Oekraïense taal ontwikkelde zich vanaf de 12e-13e eeuw als een aparte Oost-Slavische variant, met invloeden uit het Pools (15e-16e eeuw) en het Russisch, en het Kiev-Poltava dialect werd in de 18e eeuw de norm voor de geschreven taal. Archeologische vondsten tonen bewoning sinds de oude steentijd, met sporen van Neanderthalers en de oudste muziekinstrumenten ter wereld bij Mezin, gevolgd door hoogontwikkelde neolithische culturen zoals de Cucuteni-Trypillia (4500-3000 v.Chr.) en de Jamnacultuur (vanaf 3600 v.Chr.) in het oosten. Deze combinatie van geografie, naamgeving, taalevolutie en rijke prehistorie vormt de basis van de Oekraïense identiteit, die in 1991 met de onafhankelijkheid van de republiek Oekraïne politiek werd bevestigd.