Christendom in het Midden-Oosten

Het christendom vindt zijn oorsprong in het Midden-Oosten, maar het aandeel christenen is er dramatisch gedaald van 13% in 1900 naar slechts 4,2% in 2024. Na de islamitische veroveringen vanaf de 7e eeuw en de val van Constantinopel in 1453 werden christenen een minderheid, maar de regio kent nog steeds een grote diversiteit aan kerken, zoals de Koptisch-Orthodoxe, Maronitische en Armeense kerken. Egypte heeft de grootste christelijke minderheid, vooral de kopten (geschat op 7-8 miljoen), terwijl in de Golfstaten veel arbeidsmigranten christen zijn, maar met restricties op hun geloofsuitoefening. In Israël is de christelijke bevolking sinds 1948 met meer dan 400% gegroeid, en het land erkende in 2014 als eerste in de regio de Aramese taal en identiteit. In Libanon vormen de Maronieten ongeveer 20% van de bevolking, maar emigratie zorgt voor een dalend aandeel. Veel christenen behoren tot 'etnische' kerken, zoals Assyriërs, Chaldeeërs en Armeniërs, wat hun positie in landen als Irak kwetsbaar maakt door verdeeldheid.