Astrid van Zweden

Prinses Astrid van Zweden (1905) trouwde in 1926 met de Belgische kroonprins Leopold, waarbij haar spontane gebaar in Antwerpen—waar ze haar verloofde om de hals vloog—meteen de harten van de Belgen veroverde. Na haar huwelijk bekeerde ze zich van het lutherse tot het katholieke geloof en werd ze in 1934, na de dood van koning Albert I, koningin der Belgen. Ze stond bekend om haar naastenliefde en ontving van het volk het diadeem der negen provinciën. In 1935 kwam ze op 29-jarige leeftijd om het leven bij een auto-ongeluk in het Zwitserse Küssnacht am Rigi, waar het paar incognito reed en de auto tegen een perenboom botste; ze was mogelijk zwanger van een vierde kind. Haar plotselinge dood zorgde voor enorme nationale rouw, en koning Leopold liet op de plek van het ongeluk een kapel bouwen, terwijl zij zelf begraven ligt in de koninklijke crypte in Laken. Ze liet drie kinderen achter, onder wie de latere koningen Boudewijn en Albert.