Europese hoornaar

De Europese hoornaar (Vespa crabro), ook wel paardenwesp genoemd, is met een lengte tot 3,5 centimeter de grootste wespachtige van België en Nederland. De soort komt van nature voor in vrijwel heel Europa en delen van Azië, maar is door de mens uitgezet in Noord-Amerika, waar hij in 2005 zelfs in Guatemala werd aangetroffen. Hoewel de steek pijnlijker is dan die van een honingbij, is het gif minder krachtig en is de hoornaar niet agressief, tenzij het nest wordt bedreigd; het gif wordt gebruikt om insecten te doden die als papje aan de larven worden gevoerd, die op hun beurt een zoete vloeistof aan de werksters geven. Het bolvormige nest wordt gemaakt van cellulosevezels die van bomen worden geknaagd en bevat, in tegenstelling tot bij honingbijen, geen honing. De wetenschappelijke naam werd in 1758 door Carl Linnaeus vastgelegd, en in het Nederlands wordt de wesp soms verward met de horzel, hoewel die laatste een vlieg is die niet kan steken. In Nederland en België is de hoornaar niet heel zeldzaam, maar komt hij minder voor in de kuststreek, Friesland en Groningen.